Verslag Israëlreis 2

Deel 2: Jeruzalem
Verslag Israëlreis 2
Van de Jordaan gingen we op (‘aliya’) naar Jeruzalem. Als je door de tunnel komt, zie je de eerste blik op Jeruzalem. Dat is altijd weer mooi en vooral  een soort ‘thuis’ gevoel. We zijn ondergebracht in een hotel nabij de drukke en gezellige Ben Jehuda Street. Onderweg vertelde onze gids Ayala over het leger. Jongens moeten 3 jaar in dienst en meisjes 2 jaar. Je kunt nooit afgekeurd worden. Als je niet wilt of kunt vechten (veel orthodoxe meisjes) mogen ze vervangende dienst doen, b.v. in de zorg. De dagsluiting ging over Ezechiël 36, het herstel van Israël, over de bekering van het volk en de terugkeer naar het land. “Ik zal u weghalen uit de volken en u bijeen vergaderen uit alle landen, en Ik zal u brengen naar uw eigen land… Gij zult wonen in het land dat Ik uw vaderen gegeven heb; gij zult Mij tot een volk zijn en Ik zal u tot een God zijn.” We moeten deze woorden niet uit de context halen. Ze gelden allereerst voor Israël. Wij zien dat deze profetie vandaag de dag in vervulling gaat.

Vrijdag, 14 juni
Vandaag vertrokken we vanuit Jeruzalem naar Ein Gedi, de plaats waar David zich schuil hield voor Koning Saul. In één van de spelonken bij de steenbokrotsen sneed David een stuk van de koninklijke mantel af van Koning Saul. David voelde zijn hart bonken, want dit had hij misschien niet mogen doen. Die mantel had met het gezag van de koning te maken.
Ein Gedi, wat ‘bron’ en ‘steenbok’ betekent, is een prachtig natuurgebied met rotsen, bomen, struiken en watervallen. Omdat we redelijk vroeg in de ochtend waren, zagen we steenbokken (Ibex) met hun jongen. We zagen ook klipdassen (Hyrax). We maakten een heerlijke wandeling van ruim een uur. Wel erg warm, maar we vonden verkoeling onder de waterval of konden pootje baden. We vervolgden onze reis naar Qumran, waar de Dode Zee Rollen zijn gevonden in 1947 in grotten. Een herdersjongen was één van zijn geiten kwijt en ging op zoek. Gebruikelijk is dat ze steentjes voor zich uit gooiden om te kijken of er geen diepe kloven waren. Zo kwam een van de steentjes in een grot. Hij hoorde het gerinkel van een pot of kruik. Hij ging de grot in en vond een aantal boekrollen in kruiken met een deksel. Hij nam deze mee naar zijn bedoeïenen dorp. Na deze ontdekking richtten archeologen hun aandacht op deze plek en vonden nog veel meer kostbaarheden. Bijna alle boeken van de Tenach zijn gevonden, behalve het boek van Esther. Het Bijbelboek Jesaja is in zijn geheel teruggevonden en wordt nu tentoongesteld in de “Schrijn van het Boek” in het Israël Museum.  Heel bijzonder en opmerkelijk is het feit dat de teksten van deze oude boekrollen hetzelfde zijn als latere manuscripten en dus ook hetzelfde als de Bijbelboeken van ons hedendaagse Oude Testament. God waakt over Zijn Woord!
Terug naar Jeruzalem, want om 15.30 uur hadden we een afspraak met Rabbijn Chaim Eissen in de Oude Stad. Hij nam ons mee op een hele bijzondere toer door de Joodse wijk. We begonnen aan de overkant van de begraafplaats waar Oskar Schindler begraven ligt. Deze Schindler redde in de Tweede Wereldoorlog 1.200 Joden, die in zijn fabriek werkten. Wij zijn in oktober met een aantal gemeenteleden in deze fabriek geweest. Hij kocht hen vrij door voor iedere Jood geld te betalen. (zie de film “Schindler’s List) over de lijst met namen van de mensen die hij heeft gered. De nakomelingen van hen die gered werden komen nog steeds het graf bezoeken.
In deze toer werden vele profetieën uit de Tenach geproclameerd, waarvan een aantal al in vervulling is gegaan of op dit moment vervuld worden. Zó bijzonder wat God doet in onze tijd. Het woord “Teshuvah” liep als een rode draad door het verhaal van Rabbijn Eissen. Het betekent terugkeer of ‘returning home’. Hij sprak ook over de slechte Koning Manasse, die alles deed wat God verboden had. Als straf werd hij weggevoerd naar Babel. Manasse kreeg berouw en bekeerde zich en bad tot de God van Israël. Daarna keerde hij terug naar huis, naar het Beloofde Land.
Dit lijkt erg op de gelijkenis die Jezus vertelde over de verloren zoon die terugkeerde naar huis. Zoals God weer omzag naar Manasse, zó ziet de Vader om naar de zoon die terugkeerde en naar allen die zullen terugkeren naar God. Het was geweldig om zó met de Bijbel in de hand door Jeruzalem te lopen. En het hoogtepunt was dat we aan het eind van deze tour het begin van de sabbat mochten meemaken. Ik heb met enkele collega’s letterlijk gedanst met veel joodse broeders voor de Klaagmuur. Psalm 122 was steeds in mijn gedachten. ‘Ik zal opgaan naar Gods huis met gejubel en gejuich’. Deze woorden kwamen hier tot leven.
Tijdens de dagsluiting las Kees de Vreugd Ezechiël 47: over de rivier die uit de tempel stroomt en in de Dode Zee uitkomt, waar nu nog geen enkele vis in zwemt, zullen allerlei soorten vissen zwemmen. Er zullen vissers met netten zijn van Ein Gedi tot Ein Eglaim. Hij zei: “Dit water stroomt door de oostelijke landstreek, dan naar beneden de Jordaanvallei in en mondt uit in de Dode Zee. Wanneer het de zee in stroomt wordt het water daar zoet. Het zal er wemelen van levende wezens, overal waar de rivier stroomt komt leven, er zal vis zijn in overvloed.”  Vandaag de dag zien we de Dode Zee alleen maar kleiner worden. Steeds meer stukken vallen droog en er ontstaan ‘sink-holes’ die levensgevaarlijk zijn. De grond verzakt heel erg rondom de Dode Zee. Straks zal dat veranderen.

Sabbat, 15 juni
Vanmorgen vertrokken we om 8.45 naar de synagoge. Ze hadden gelukkig gebedenboeken en de Tenach in het Engels en het Hebreeuws. Daardoor konden we nog een klein beetje volgen waar het over ging. Eén van de eerste passages ging over de gouden menorah. De dag ervoor hebben we nog voor de grote menorah gestaan voor de Hurva Synagoge. Deze is alvast gemaakt voor als straks de derde Tempel gebouwd gaat worden (vele orthodoxe joden geloven hierin). Nadat een vrouw prachtig had gezongen, kwam de Torahrol uit de Ark. Deze Torahrol werd met vreugde rondgedragen door de synagoge en door velen van ons aangeraakt en gekust. Gods Woord werd met grote eerbied behandeld. Hij is ook prachtig versierd met zilveren ornamenten. Daarna lazen verschillende mensen een gedeelte uit de Torah. Eigenlijk werd het meer gezongen. Na ruim een uur alleen maar Hebreeuws gehoord te hebben, was het een verademing om iemand in het Engels te horen spreken, die konden we allemaal verstaan. Hij sprak over “humility”, nederigheid. Hij begon te zeggen dat het niet echt een karaktertrek is van President Trump (wat gelach onder de mensen). Daarna gingen we in verschillende groepen naar de tuin bij Christ Church, waar we koffie dronken en onze lunch hadden. Daarna zijn we met enkele deelnemers over de muren van Jeruzalem gelopen naar de Damascuspoort. Aan het eind van de middag waren we te gast in de graftuin, waar Kees de Vreugd las over de allernederigste Knecht, Jeshua/Jezus die Zichzelf vernederde tot in de dood. (Fil. 2) We zongen onder andere: “U zij de glorie opgestane HEER. U zij de victorie, nu en immermeer!”

De volgende keer het laatste gedeelte van een zeer indrukwekkende Israëlreis.

 
terug