doopdienst doopdienst

Doopliturgie
Zoals velen van jullie gemerkt hebben, heb ik de volgorde in de doopliturgie veranderd. Nadat de doopouders te kennen hebben gegeven dat zij hun kind willen laten dopen, al tijdens het doopgesprek vooraf en dit tijdens de dienst bevestigen, doop ik eerst het kind en dan stel ik de doopouders de bijbehorende doopvragen. Dit om te benadrukken dat je niet pas een kind van G’d wordt op het moment dat je gedoopt wordt. G’d houdt bij voorbaat van je. Hij heeft het eerste Woord. Zoals zo mooi verwoord door Jan Wit (Gez. 1/Lied 513):
God heeft het eerste woord.
Voor wij ter wereld kwamen
riep Hij ons reeds bij name,
zijn roep wordt nog gehoord.
Dopen gebeurt met water, een teken van reiniging. Het is een teken van G’ds liefde en trouw. Nog voordat je kunt spreken, heeft G’d zijn liefde al toegezegd. De doop verandert daar niets aan. Misschien kun je zeggen dat de doop als het ware zichtbaar maakt dat G’d van je houdt en dat je in alles wat er in je leven gebeurt mag vertrouwen op Zijn nabijheid.
De doop laat zien dat een kind geen bezit is, maar een kostbaar geschenk waar ouders voor mogen zorgen. Een gelovig mens worden gaat niet vanzelf. Onze kerk wil ouders en kinderen daarbij terzijde staan. Daarover zal gesproken, gezongen en gebeden worden tijdens de doopviering. Ook beantwoorden de ouders enkele, vooraf besproken, vragen waarin gevraagd wordt of ze vertrouwen dat hun kind toebehoort aan G’d en geborgen is in Zijn liefde en dat de doop daar een teken van is. Verder vragen wij een belofte aan de ouders of ze bereid zijn te doen wat in hun vermogen ligt en om elkaar bij te staan en te steunen in de liefde voor hun kind en in het vervullen van de gegeven belofte. Om te benadrukken dat G’ds liefde onvoorwaardelijk is, dat Hij altijd het eerste woord heeft, worden de vragen na de doophandeling gesteld. Ieder die gedoopt wordt krijgt een doopkaars en een doopboekje mee als blijvende herinnering aan de doop en de gedane belofte. De kaars heeft tijdens de doopviering gebrand.

terug